|
Piets Althuis werd in 1942 geboren in Workum. Rond haar veertigste is zij
begonnen met het maken van beelden. Ze had al een opleiding voor LO-tekenen
gevolgd en ging in deze tijd een opleiding voor beeldhouwen volgen aan een Vrije
Akademie voor Beeldende Kunsten. Ze werkt nu al een groot aantal jaren in een
eigen atelier. Zij exposeerde in verschillende galeries in binnen en buitenland.
Het is opmerkelijk dat woorden uit gedichten en liedjes vaak het begin vormen
van haar beelden. Zo inspireerden de 'hoge vogels' uit een lied van Huub
Oosterhuis haar via allerlei omwegen tot de serie vogelcreaties. Maar ook
(mythologische) verhalen kunnen de aanzet zijn voor een verbeelding in brons.
Veel van haar figuren lijken op de een of andere manier iets te willen
vertellen, of het nu gaat om een 'vrouw op weg naar het feest', een Icarus, een
profeet of clown. Overigens zonder nadrukkelijkheid. Het verhalende element
wordt nog versterkt doordat zij haar beelden bijna altijd een naam geeft. Piets Althuis heeft eens gezegd dat een beeld nooit zwaar is, ook al kun je het
niet optillen. Deze op het eerste gehoor wat paradoxale uitspraak is typerend
voor haar beelden. Wie ernaar kijkt, ontdekt dat ze inderdaad iets lichtvoetigs
hebben. Deze lichtheid komt bijvoorbeeld in de reeks vogelbeelden treffend en
functioneel tot uiting, maar ook andere beelden vallen op door hun schijnbare
gebrek aan gewicht. Ook in een andere betekenis is licht een kernwoord: volgens
Piets Althuis streven haar beelden altijd naar het licht. Misschien dat ze
daarom voor veel mensen een bijna feestelijke uitstraling hebben.
Volgens Piets Althuis is kunst, net als liefde en vriendschap, iets wat je
niet kunt vastpakken maar wat wel bestaat: iets wat - in haar eigen woorden -
voortkomt uit een eigen manier van kijken naar de werkelijkheid. |


|