|
Piet van den Boog schildert
ogenschijnlijk slechts voor-stellingen. We zien een kooitje van bamboe op een
verweerde vloer met daarin en daarom- heen witte klaproosbladeren, een vrouw in
een kimono met een kraanvogel of het gezicht van een man met een Japanse tekst
op zijn wang. De beelden lijken bevroren momenten uit een theatrale
voorstelling. Zij symboliseren echter gevoelens, zoals de ervaring van
begrenzing en het zoeken naar nieuwe, positieve dingen.Van den Boog ontleent
zijn ideeën aan de Commedia dell' Arte en de Japanse kunst en cultuur, met name
aan het werk van de achttiende-eeuwse prentkunstenaar Utamaro. Tijdens een reis naar Japan werd hij
geraakt door de verregaande esthetiek binnen de kunstvormen van deze cultuur.
Regelmatig keert hij terug naar China en Japan. De Japanse invloed is niet
alleen merkbaar in het uiterlijk en de aankleding van de personen en de keuze
der objecten, maar ook in de compositie. Vaak zien we een enkel figuur of
voorwerp in een lege ruimte. In bijvoorbeeld 'Trilogie blanc', dat is geënt op
de foto 'Noir et Blanche' van Man Ray, heeft Van den Boog het Afrikaanse masker
vervangen door een Japans NF4h-masker. Het gepoederde Geishagezicht verbergt haar ware gevoelens.
De thema's van de kunstenaar
keren herhaaldelijk terug. Vaak werkt hij in series, zoals in zijn trilogieën.
Centraal staat de mens verbeeld als universeel thema. In zijn stillevens draait
het om verstilling en emotie. Het werk kenmerkt zich door een sterk licht-donker
contrast en aandacht voor details. Genoemde thema's verschijnen
in de loop van de jaren negentig in zijn werk. Voor die tijd schilderde Van den
Boog klassieke gebouwen die hun oorsprong hadden in Parijs, Venetië en Amsterdam, of
andere architecturale vormen in een verstild, imaginair landschap, waarin hij
grote vlakken afwisselde met fijn uitgewerkte details. Dit tekenachtige element
blijft een constante en is ook in zijn latere werk te vinden. Van den Boog studeerde aan
de TU Delft (telecommunicatie) en deed 's avonds de Rietveldacademie. Zijn inte-resse lag primair bij het tekenen en nog steeds doet hij dat vaak. Toch koos hij
uiteindelijk voor de schilderkunst die hem meer vrijheid bood. Vanaf het begin
concentreerde hij zich op de figuratie tegen de stroom op de academie in.
Aanvankelijk werkte hij als elektrotechnisch ingenieur, maar koos later voor het
vrije beroep van schilder. Van den Boog maakt zelden van tevoren schetsen. Van
een onderwerp dat hem boeit, neemt hij foto's van alle kanten en laat de
voorstelling dan bezinken. Later ontdekt hij dan composities of kleuren, die hij
zich niet meer uit de realiteit herinnert. De foto's zijn een houvast voor de
verhoudingen en de details; ze worden niet letterlijk nageschilderd. Het doek prepareert hij
zelf. Het wit van de ondergrond wordt gebruikt zoals een aquarellist het wit van
het papier gebruikt, waardoor de kleuren helderder en sprekender worden. De
compositie wordt op het doek getekend, waarna de kunstenaar de voorstelling
verder met olieverf nat in nat aanbrengt op het doek. Hij gebruikt fijne
penselen en een, in de loop der jaren geselecteerd beperkt palet van vijf tot
zeven kleuren. Twee lagen zijn meestal voldoende. Glacering past hij alleen
plaatselijk toe. |

|