|
Albert Greving schildert
uitsluitend stillevens, zijn onderwerpen in dit genre niet altijd even alledaags:
venkel in plastic verpakt of peren in plastic met daarachter groentekratjes,
een goedkope vaas of een jampot. Met uiterste precisie en in vele laagjes verf
bouwt Greving zijn stillevens op. Afgewogen en met subtiele kleurverschillen
wordt bijvoorbeeld een schelp verbeeld. Het wit-grijze object wordt weergegeven
tegen een wit-grijze achtergrond in net even andere nuances. Het onderwerp leent
zich voor meer studie, want Greving heeft ook schilderijen gemaakt met twee of
drie schelpen of met een schelp in een andere vorm. De enorme rijkdom aan
vormen boeit hem en vraagt er om uitgebeeld te worden. Soms wordt hij toevallig
getroffen door een onderwerp. Zo stoorde het de kunstenaar dat tegenwoordig
alles, ook de groente, in plastic wordt verpakt. 'Op een gegeven moment valt
dan, eigenlijk terloops, op wat dat plastic optisch doet, hoe schittering,
weerspiegeling en kreukels de vorm breken, de verschillen in glans van
verschillende soorten plastic en hoe bijvoorbeeld bij venkel in een plastic zak
parelmoerachtige tinten verschijnen.' Het schilderkunstige element bepaalt dus
de keuze om dit onderwerp te verbeelden. De eigentijdsheid van een hedendaags
stilleven hoeft volgens de kunstenaar niet benadrukt te worden. Dan dreigt het
werk karikaturaal te worden. De manier van zien van de dingen door de schilder
is op zich al aan zijn tijd gebonden. Daarin is het eigentijdse te herkennen.
Aan de Academie Minerva te Groningen heeft Greving het vakmanschap geleerd,
maar zoals bij de meesten van zijn collega's is dit technisch kunnen slechts
een hulpmiddel om iets anders neer te zetten. Voor Greving is dat de
verwondering over de schoonheid van eenvoudige of banale dingen. Die
verwondering legt hij vast in een sfeer van rust, intimiteit en zuiverheid. De
dingen worden getoond zoals ze zijn. Ondanks hun eenvoudige onderwerp en zachte
tonen zijn Grevings schilderijen steeds aanwezig; ze eisen ruimte en aandacht op.
De toeschouwer wordt uitgenodigd zorgvuldig te kijken en er de tijd voor te
nemen. De kunstenaar vindt het stilleven een ideaal genre, omdat compositie en
belichting naar eigen hand gezet kunnen worden. Dan gaat het om de vorm, het
materiaal, het effect van licht dat er op schijnt en de verhouding van de
voorwerpen tot de ruimte. Ieder ding wordt geconcentreerd, in detail en zonder
opsmuk geschilderd. Elke 'verfraaiing', zoals een losse verftoets of
oneigenlijke kleuren zijn uit den boze. De eerste opzet van het schilderij is
voor de kunstenaar het belangrijkste: die is vrij direct, haast impulsief en
vrij compleet. Is die opzet goed, dan probeert hij in de verdere uitwerking die
aspecten die hem bevallen, vast te houden. Laag over laag wordt het schilderij
opgebouwd, waarbij de kunstenaar weinig verf per laag gebruikt. Dit kost
weliswaar meer tijd, maar biedt ook de mogelijkheid direct in de juiste
toonwaarde te werken. Iedere nuance wordt met dezelfde intensiteit geschilderd.
Met deze manier van schilderen wordt de verandering van kleur en vorm onder
invloed van het licht tot in detail inzichtelijk gemaakt en worden de objecten
bijna tastbaar aanwezig. Het is met name dit aspect dat het oeuvre van Greving
zo interessant maakt.
|