Het liefst schildert Ruud Verkerk stillevens, hoewel we ook landschappen in
zijn recente oeuvre aantreffen. Vroeger maakte hij vooral stadsgezichten,
klassieke beelden en fantasielandschappen. Eenvoudige voorwerpen worden op het
paneel verbeeld. Emaille keukenattributen staan naast een schaal met
granaatappels of een kistje peren; een enkele tulp bevindt zich in een bijna wit
vlak of bruin-wit geaderde schelpen liggen op een witte doek tegen een zacht
okergele achtergrond. De voorstelling is steeds in het midden in een onbestemde
ruimte gecentreerd.
Soms is de compositie compact en vormt zij een gesloten geheel; soms waaieren
grillige hazelaar- of pompoentakken of bloemen in een vaas alle kanten uit en
vormen een fijn patroon van kleurvlakjes.
De achtergrond is meestal licht van kleur en onuitgewerkt gelaten. De
voorwerpen zijn in detail weergegeven, elke nerf in het blad en het glanslicht
op het fruit zichtbaar.
Sinds enige tijd combineert Verkerk de genres van het stilleven en het
landschap en plaatst hij een stilleven tegen de achtergrond van een landschap.
Het zijn Hollandse vergezichten met zijn typische lage luchten, vlakke land en
verre einder. Het Hollandse in zijn voorstellingen vinden we ook terug in zijn
voorliefde voor de tulp. De kunstenaar gebruikt deze bloem, die hij
gedetailleerd uitwerkt, in zijn stillevens vanwege zijn eenvoudige, compacte
vorm.
Het stilleven heeft Verkerks voorkeur, omdat hij zich in dit genre helemaal
kan toeleggen op het schilderen zelf. Het vertelt geen verhaal; het laat alleen
zien wat er is. De objecten kan hij naar eigen wens in een compositie
neerzetten. Hier kan hij in alle rust zoeken naar een evenwicht tussen de
objecten en hun omgeving, tussen vorm en kleur en naar de juiste
contrastwerking. Vorm en kleur van de voorwerpen zijn belangrijker dan de
betekenis ervan. Zo combineert de kunstenaar schelpen met een papaverbloem in
een waterglas om compositorische en esthetische redenen en niet omdat de
objecten iets met elkaar te maken hebben.
Opgeleid aan de vakschool voor edelsmeden te Schoonhoven en aan de Academie
voor Beeldende Kunsten te Rotterdam is Verkerk sinds 1982 beroepsmatig werkzaam
als schilder. In Schoonhoven leerde hij goed tekenen en werd hem de ruimtelijke
werking van objecten bijgebracht. Het schilderen heeft hij voornamelijk zichzelf
geleerd. Tegen de toenmalige trends in wist hij dat hij realistisch wilde
schilderen.
Gebruikte Verkerk aanvankelijk een vlakke schildertechniek, tegenwoordig gaat
het hem veel meer om de structuur in de verf. De materie gaat meer meespelen in
het verbeelden van de sfeer. Het paletmes wordt vaker gebruikt om de achtergrond
neer te zetten en ook de objecten worden minder vaak gedetailleerd uitgewerkt.
Het gaat nu veeleer om de suggestie, terwijl het resultaat hetzelfde blijft: het
scheppen van beelden, waarin rust en harmonie heerst. |