|
Zijn leven
Edouard Manet (23 januari 1832 - 30 april 1883) was
een zeer belangrijke 19e eeuwse Franse kunstschilder,
die niet bij een bepaalde school of beweging hoorde.
(Soms wordt zijn voornaam met een accent aigu gespeld:
Édouard; wat (het meest) correct is, is onduidelijk.)
Jeugd
Manet kwam uit een Parijs bourgeoisie-milieu. Zijn
vader, Auguste, was onder meer rechter en zijn moeder,
Eugénie-Desirée Fournier, was de peetdochter
van een Zweedse prins. Manet, die erg op zijn ouders
gesteld was, schijnt een gelukkige jeugd gehad te hebben,
maar hij had een hekel aan school en bleef dan ook één
keer zitten. Op school leerde hij zijn trouwe vriend
Antonin Proust kennen, die op enkele schilderijen is
afgebeeld en in 1897 het boek Souvenirs de Manet (Herinneringen
aan Manet) publiceerde. (Hij was overigens de oom van
de beroemde schrijver Marcel Proust.) Zijn vader wilde
dat hij ook rechten ging studeren, maar zelf wilde de
jonge Manet kunstenaar worden. Hij werd hierin gestimuleerd
door zijn oom Charles Fournier. Manets vader meende
dat hij ook naar zee kon gaan en stuurde hem op zijn
zestiende op een reis van een half jaar naar Rio de
Janeiro. Manet vond het aan boord erg saai en zat dan
ook uren achtereen te tekenen. Bij thuiskomst begon
zijn carrière als schilder: hij schreef zich
in januari 1850 samen met Proust in als leerling van
Thomas Couture en als copyïst in het Louvre. In
het Louvre en tijdens reizen naar Nederland en Italië
bracht Manet veel tijd door met het kopiëren van
oude meesters, die hem later ook vaak tot inspiratie
dienden (zie onder).
Studietijd
Couture, die in 1847 naam had gemaakt met een gigantisch
doek, hield zich nogal afzijdig van de officiële,
competitie-gerichte kunstacademies, de Écoles.
Hij vond dat deze zich teveel op details richtten en
probeerde zijn studenten het belang van spontaniteit
en frisheid bij te brengen. Ook meende hij dat kunstenaars
eenzame genieën waren, een romantisch idee dat
veel jongeren aansprak. Niettemin had Manet, die toch
zes jaar zijn leerling bleef, vaak aanvaringen met hem.
Hoewel Manet het ook vakinhoudelijk dikwijls met Coutures
lessen oneens was, heeft Couture toch veel invloed op
hem gehad. Dit zou vooral gelden voor Manets Spaans
georiënteerde werk (zie later). Overigens heeft
Manet zelf maar één leerling gehad, Eva
Gonzalèz.
Manets carrière
Na zijn tijd bij Couture bood Manet zijn schilderij
De Absint-drinker uit 1859 aan aan de Salon, de belangrijke
jaarlijkse kunsttentoonstelling. In die tijd waren er
nauwelijks andere gelegenheden voor schilders om hun
werk aan het publiek te tonen. De jury van de Salon
weigerde het doek, ten eerste omdat het een dronken
man toonde en ten tweede omdat delen ervan een onaffe
en vage indruk maakten. Ook Couture vond het slecht.
Het doek toont al wat Manets voornaamste onderwerp zou
zijn: het moderne Parijse leven. Manet was een flâneur,
die vaak de trendy cafés frequenteerde, altijd
keurig gekleed. (Er zijn overigens aanwijzingen dat
onder dat joviale uiterlijk een erg neurotische man
schuilging, iets wat sommigen ook in zijn werk menen
terug te zien.) Dit heeft sterk te maken met het concept
van "het heldendom van het moderne leven"
van de dichter Baudelaire, een goede vriend van Manet.
In 1862 maakte Manet het doek Muziek in de Tuilerieën,
dat een grote groep rijke mensen toont in dit Parijse
park, onder wie Manet zelf en vrienden en familieleden.
Net als bij De Absint-drinker zijn bepaalde stukken
scherp en andere, ook op de voorgrond, onscherp, en
critici waren dan ook weer furieus. In de jaren 1860
maakte Manet veel werk met Spaanse thema's. Al in de
jaren 1840 waren Spaanse schilderijen in de mode in
Parijs; Manet moet deze in het Louvre gezien hebben.
Zijn werk De Spaanse Zanger uit 1860 was zijn eerste
succes in de Salon. In 1864 exposeerde hij er Episode
d'un Course de Taureaux (Incident tijdens een Stierengevecht).
Na zijn bezoek aan Madrid in 1865 werd hij vooral beïnvloed
door Diego Velázquez. In navolging van de Spaanse
meester maakte Manet een serie schilderijen van "bedelaar-filosofen",
die hij in 1867 exposeerde tijdens de Wereldtentoonstelling.
Omdat zijn werk daar afgewezen werd, deed hij dit in
een eigen paviljoen, net als Courbet. Manet werd ook
beïnvloed door de Japanse kunst, die in die tijd
voor het eerst populair werd in Frankrijk. In 1863 was
er zoveel protest over het oordeel van de jury van de
Salon dat keizer Napoleon III een speciale, gelijktijdige
tentoonstelling van de geweigerde werken verordonneerde,
de beroemde Salon des Refusés. Manet toonde er
drie werken, waarvan het bekendste Déjeuner sur
l'Herbe is (Lunch op het gras). Het toont een picknick
van twee eigentijds geklede mannen en een naakte en
een halfnaakte vrouw. De stand van de drie figuren in
de voorgrond is een overduidelijke verwijzing naar Het
Oordeel van Paris van Rafaël, maar het is ook geïnspireerd
door Pastoraal Concert van Titiaan. Critici waren er
furieus over; zij vonden dat Manets "picknick"
deze Renaissance-werken ontheiligde door ze te "citeren"
in een moderne context, waarbij gewone, moderne mensen
de plaats innamen van goden en nimfen. In tegenstelling
tot wat bij die oudere doeken het geval was, was het
voor toeschouwers onduidelijk waarom de vrouwen naakt
waren. In 1865 durfde de jury van de Salon niet te veel
werken te weigeren, zodat ook Manets Olympia geaccepteerd
werd, een naakt geïnspireerd op Titiaans Venus
van Urbino. De kritiek leek op die op Déjeuner:
in Manets versie was het te duidelijk dat de naakte
vrouw in kwestie een prostituee voorstelde. Een ander
punt was dat het model, hetzelfde als in Déjeuner,
nogal bekend was in Parijs. Victorine Meurent, die overigens
zelf ook schilderde, was Manets favoriete model. De
schrijver Zola verdedigde Manets werk en werd als dank
door hem rond 1867 geportretteerd. In 1873 maakte Manet
het schilderij Le Bon Bock ("Het goede glas bier"),
dat een gezette, pijprokende, bierdrinkende man toont
en duidelijk geïnspireerd is door het werk van
Frans Hals. Dit viel zeer in de smaak, zelfs bij de
meest conservatieve critici.
De impressionisten
Manet wordt soms beschouwd als impressionist, maar
dit is niet juist, hoewel hij later wel door hen beïnvloed
werd. Manets ideeën waren heel anders en dat gold
ook voor zijn werkwijze. Zo werkte hij bijvoorbeeld
vooral in zijn atelier, weinig en plein air (in de open
lucht). Ook was zijn kleurenpalet, zeker in het begin
van zijn carrière, minder helder en gebruikte
hij veel zwart. Hoewel Manet, vaak tevergeefs, niet
als leider van de impressionisten gezien wilde worden,
keken de jonge avantgardisten toch tegen hem op. Zij
zagen in hem een aanvoerder in de strijd tegen de vastgeroeste
Écoles, en vonden dan ook bijvoorbeeld dat hij
met Le Bon Bock te veel concessies had gedaan. In 1874
vond de eerste impressionistische tentoonstelling plaats,
maar Manet nam de uitnodiging die hij had gekregen niet
aan. Ondanks alles was hij met vele impressionisten
wel goed bevriend. Over de toen nog onbekende Monet
zou Manet in 1865 gezegd hebben: "Wie is die Monet,
wiens naam zo lijkt op de mijne en die zo profiteert
van mijn beruchtheid?" In de zomer van 1874 maakte
Manet een schilderij van Monet terwijl deze aan het
werk is op zijn "atelierboot" op de Seine
bij Argenteuil. Het in dezelfde zomer gemaakte schilderij
van Monets vrouw Camille en hun zoon Jean bij de Seine
is Manets meest impressionistische werk. De techniek
van het weergeven van water heeft Manet hiervoor duidelijk
van Monet geleerd. In 1868-1869 schilderde Manet Le
Balcon, dat naar een werk van Goya uit 1812 verwijst.
Een van de figuren is Berthe Morisot, een jonge schilderes
die hij kort daarvoor in het Louvre ontmoet had. Vermoedelijk
hebben ze geen intieme relatie met elkaar gehad, maar
ze waren wel erg op elkaar gesteld. In 1874 trouwde
Morisot met Manets jongere broer Eugène. Morisot
hoorde bij de impressionisten en zou enige invloed op
Manets werk hebben gehad.
Manets laatste jaren
Tijdens de Salon van 1881 kreeg Manet een medaille,
de Légion d'Honneur, de erkenning die hij altijd
al gewild had. In 1882 maakte hij het doek Een Bar in
de Folies-Bergère, dat geldt als zijn laatste
meesterwerk. Manet stierf aan de ziekte locomotor ataxia,
die het centrale zenuwstelsel aantast en verlamming
veroorzaakt. De oorzaak was syfilis, mogelijk al in
1848 opgelopen. Het laatste half jaar van zijn leven
had Manet bijna voortdurend pijn. Vlak voor zijn dood
kreeg hij ook nog koudvuur in zijn been, dat afgezet
moest worden. Antonin Proust sprak op de begrafenis
en Monet en Zola droegen de kist. Verder waren onder
meer Alfred Sisley, Camille Pissarro, Pierre Renoir
en Eugène Boudin aanwezig.
Stillevens
Manet heeft gedurende zijn carrière vele stillevens
geschilderd. Hij was het dan ook niet eens met de gevestigde
orde van de Écoles, die stillevens in de laagste
categorie plaatste. Ondanks hun grote kwaliteit hebben
deze doeken echter nooit zo veel aandacht heeft gekregen
als zijn meer controversiële werk. Bekende voorbeelden
zijn Stilleven met karper uit 1864 en Een bundel asperges
uit 1880. Tevens schilderde Manet minstens zeven keer
pioenrozen, die tot zijn favoriete bloemensoorten hoorden
en die hij zelf ook kweekte. In andersoortig werk, bijvoorbeeld
in Déjeuner, gebruikte Manet vaak stilleven-objecten
om te benadrukken dat een scène in zijn eigen
tijd gesitueerd was.
Latere bewerkingen van schilderijen
Manet bewerkte soms schilderijen die hij jaren eerder
had gemaakt. In 1867 voegde hij bijvoorbeeld 40 cm doek
toe aan De Absinth-drinker uit 1859 en in 1873 voegde
hij Léon (zie onder) toe aan een schilderij uit
1865.
Familie
Kort na zijn terugkeer uit Rio de Janeiro, in 1849,
begon Manet een verhouding met de Nederlandse Suzanne
Leenhoff, toentertijd de pianolerares van zijn broers.
In 1853 werd haar onwettige zoon Léon geboren,
die daarna doorging voor haar jongere broer. Omdat Manet
door zijn syfilis (zie boven) waarschijnlijk onvruchtbaar
was, was hij vermoedelijk niet de biologische vader;
mogelijk was Manets vader dat. Op 28 oktober 1863 trouwden
Manet en Suzanne in Zaltbommel. Uit het huwelijk werden
geen kinderen geboren. Manet heeft Suzanne en Léon
enige malen geschilderd.
Bron:
Wikipedia - De vrije encyclopedie
|
|