|
Zijn leven
Greco, El (Spaans, = de Griek), eigenlijk: Domenikos
Theotokopoulos (Fodele, bij Iraklion [Kreta], ca. 1541
- Toledo 6 of 7 april 1614), Spaans schilder van Griekse
afkomst. Hemelvaart van Maria De hemelvaart van Maria
(1577) was El Greco's eerste opdracht in Spanje, zijn
tweede thuisland. Het 4,01 bij 2,28 m grote werk bestaat
uit twee gedeelten. In het bovenste deel wordt de hemelvaart
van de Maagd Maria afgebeeld. In het onderste gedeelte
kijken de mensen met grote eerbied en verbazing naar
haar op. De figuren zijn nog niet 'uitgerekt', zoals
in El Greco's latere werken.Bridgeman Art Library, London/New
York. Hij kwam op jeugdige leeftijd naar Venetië,
waar hij bij Titiaan werkte, maar ook invloed van het
werk van Jacopo Bassano, Tintoretto en - in mindere
mate - van Paolo Veronese onderging. Via Parma reisde
hij naar Rome, waar een zelfportret hem bekend maakte.
In de hoop op opdrachten voor de versiering van het
in aanbouw zijnde Escorial vertrok hij naar Spanje.
Hij schilderde een Hemelvaart van Maria (1577; Art Institute,
Chicago) voor het hoogaltaar van de kerk S. Domingo
el Antiguo te Toledo en kreeg tevens opdracht tot het
schilderen van de Ontkleding van Christus (1577-1579;
S. Domingo el Antiguo, Toledo). De onconventionaliteit
van dit werk werd door de clerus scherp bekritiseerd;
ook later zou El Greco wegens zijn zeer persoonlijke
interpretatie van religieuze thema's vaak in moeilijkheden
komen. In 1580 maakte hij een proefstuk voor het Escorial,
bekend geworden als de Droom van Filips II (ca. 1580;
El Escorial), waarmee hij 's konings goedkeuring verwierf.
Zijn eigenlijke opdracht, Marteldood van de heilige
Mauritius en diens legionairs (1580-1584; El Escorial),
werd echter afgekeurd. Desondanks ontving hij daarna
vele belangrijke opdrachten. Zo ontwierp hij altaren
voor drie kerken. Een monumentaal stuk is de Begrafenis
van de graaf van Orgaz (1586; Santo Tomé, Toledo).
Waardering
El Greco woonde na zijn vestiging in Spanje zijn
gehele leven in Toledo, waar zijn atelier in de jodenwijk
centrum van het culturele leven was. Hij had grote belangstelling
voor literatuur, muziek en filosofie en schreef over
kunst. Zijn oeuvre bestaat vnl. uit religieuze onderwerpen
en portretten, voorts enige mythologische motieven en
een landschap, het beroemde Gezicht op Toledo (1604-1614;
Metropolitan Museum of Art, New York). Vele onderwerpen
schilderde hij herhaaldelijk; het meest komen voor:
de verkondiging aan Maria, de verdrijving van de kooplieden
uit de tempel, Christus in Getsemane, de kruisiging
en het leven van de heiligen Ildefonsus en Franciscus
van Assisi. De Byzantijnse traditie, waarmee hij in
zijn jeugd vertrouwd was geraakt, heeft El Greco nooit
geheel verloochend. Ook verschillende van de Venetiaanse
School overgenomen stijlelementen blijven in zijn gehele
oeuvre herkenbaar: lichtende kleuren en perspectivische
verkortingen. Deze beide elementen, de merkwaardige,
fantasmagorische lichtval en donkere achtergronden,
zijn de meest opvallende stijlkenmerken. Zeer karakteristiek
voor zijn werk zijn ook de anatomisch gezien te langgerekte
en te slanke gestalten. Gezien de heersende kunststroming
van El Greco's tijd, het maniërisme, en vooral
ook de uit zijn schilderijen duidelijk naar voren komende
idealisering waar het religieuze thema's betreft, passen
deze deformaties volkomen in zijn streven naar onstoffelijke,
vergeestelijkte voorstellingen. Zijn portretten getuigen
van een scherp observatievermogen. El Greco heeft geen
school gemaakt.
Bron:
Encarta Naslagbibliotheek - Winkler Prins 2005
|
|