Zelfportret als luitspeler

JAN STEEN


Zijn leven

Steen, Jan Havicksz. (Leiden 1626 - aldaar begr. 3 febr. 1679), Noord-Nederlands schilder, werd in 1646 ingeschreven aan de universiteit van Leiden en trouwde in 1649 met Margaretha (Grietje), dochter van de schilder Jan van Goyen. Behalve in Leiden heeft hij gewoond in Den Haag, Delft, Haarlem en Warmond. Op latere leeftijd kocht en exploiteerde hij om den brode een herberg. Volgens Arnold Houbraken was Steen een leerling van Van Goyen, volgens anderen ook van Nicolaus Knüpfer in Utrecht en Adriaen van Ostade in Haarlem. Hoewel over zijn vorming geen zekerheid bestaat, wijzen vroege werken zoals De prediking van Johannes de Doper (Deense part. verzameling), Moeder met kind (Gemäldegal., Dresden) en De duiventil (coll. Frits Lugt, Parijs) inderdaad in de richting van de veronderstelde leermeesters. De veelzijdige Steen heeft in zijn leven echter, zonder zijn eigen artistieke opvatting te verliezen, een groot aantal stijlen en technieken verwerkt. Verschillende manieren van schilderen laten zich zonder het voorbeeld ook van bijv. Frans Hals, Pieter de Hoogh en Gerard Dou niet verklaren. Zo is het weinig 'Steenachtige' schilderij uit 1655, voorstellende een aanzienlijke burger met zijn dochter zittend voor een grachtenhuis (Engels part. bezit) in Delftse trant geschilderd. Terwijl vóór ca. 1660 de afhankelijkheid van voorbeelden vaak evident is, ontwikkelde Steen in de jaren zestig een eigen karakteristieke stijl, waarvan de moraliserende, met zalmrood, roze, zacht geel en blauwgroen breed gepenseelde huistaferelen zoals in Soo de ouden songen, soo pypen de jongen (Mauritshuis, Den Haag) en De verkeerde wereld (ook genoemd In weelde siet toe, Kunsthistorisches Museum, Wenen). Na 1670 is onder invloed van Gerard Dou en diens school (in het bijzonder van Frans van Mieris de Oude) een verfijnde, gladde techniek merkbaar, terwijl sommige late composities eerder aan het Frankrijk van Lodewijk XIV dan aan Holland doen denken.

 

Er zijn van de bijzonder productieve schilder meer dan 800 schilderijen bewaard, waarvan ca. 600 genrestukken (zie genrestuk). Voorts enkele portretten en vele mythologische en historische voorstellingen en taferelen uit de bijbel. Zijn betekenis ligt ook op het gebied van de Nederlandse cultuurgeschiedenis: geen andere schilder heeft de samenleving en haar gebruiken zo uitvoerig in beeld gebracht en van een satirische zedeles voorzien. Inherent daaraan is de relatie met de emblematische literatuur (zie emblemataboeken) en het rederijkerstoneel (zie rederijkers); daarop duiden bijv. de veelvuldige ontleningen aan de commedia dell'arte. Typisch Hollandse kenmerken zijn de gulhartige, beeldende taal en de bedekte toespelingen; de vele voorwerpen die schijnbaar achteloos in de scènes zijn verwerkt (en aanleiding gaven tot het spreekwoordelijk rommelige 'huishouden van Jan Steen') hebben een symbolische betekenis. Zijn werk is goed vertegenwoordigd in het Rijksmuseum in Amsterdam en in het Mauritshuis in 's-Gravenhage.

 

Bron: Encarta Naslagbibliotheek - Winkler Prins 2005

 

 

 

 

Mauritshuis

Rijksmuseum

beforemeat.jpg

choolmeester.jpg

dissoluthousehold.jpg

doctors.jpg

fight.jpg

gambling.jpg

kinderenlerenee.jpg

lovesick.jpg

mozes.jpg

paar.jpg

rederijkers.jpg

sinterklaasdag.jpg

 

Copyright© 2005              Art Nieuws