|
Zijn leven
Pieter Bruegel de Oude (circa 1525 - 9 september
1569) was een Vlaamse kunstschilder. Hij was de vader
van Pieter Brueghel de Jonge en van Jan Brueghel de
Oude. Men denkt dat Brueghel dichtbij het huidige Bree
in Belgisch-Limburg (vroeger Brede, Brida, Breda genoemd)
geboren is. Het is echter waarschijnlijker dat Breda
in Nederlands Noord-Brabant de juiste locatie is. De
h uit zijn naam heeft hij later laten vallen. De naam
van Bruegel wordt ook vaak geschreven als Brueghel,
zoals ook zijn beroemde zoons en kleinzoon heten. De
schrijfwijze zonder H werd door Pieter Bruegel het laatst
in zijn leven gebruikt; deze komt dus voor op al zijn
topwerken van zijn laatste jaren. Over zijn geboorte
is niets geweten. Sedert 2004 houdt men het bij een
geboorte rond 1520. Bruegel werd in 1551 in het Antwerpse
schilders gilde opgenomen, en werd leerling van Pieter
Coecke van Aelst. Bruegel maakte in 1551 of 1552 een
reis naar Italië, waar hij vooral landschappen
schilderde. Tot 1559 maakte hij vooral gravures en prenten
(ontwerpen voor wandtapijten).In 1559 komt er plots
een totale ommekeer : Bruegel gaat nog enkel schilderen.
Het ene meesterwerk volgt snel een ander op. Rond 1563
verhuisde Bruegel van Antwerpen naar Brussel, waar hij
de dochter van Coecke huwde, Mayken. Gedurende zijn
Brusselse periode gebruikte Breughel verschillende landschappen
uit het nabijgelegen Pajottenland, zoals het kerkje
van [[Sint-Anna-Pede (Dilbeek)]] als achtergrond voor
de "Parabel van de blinden". Een grote, kleurechte
en weerbestendige reproductie daarvan staat sedert 2004
bij dat kerkje. Nog 11 gelijkaardige reproducties staan
langs een wandeling van 8 km; ze werden gekozen omdat
ze herkenbare elementen uit de streek bevatten of omdat
het landschap "Pajottenlands" is. Binnen 3
uur ziet men reproducties van 12 originelen uit musea
van over heel de wereld.
Werk
Onder invloed van Van Aelst schilderde Bruegel in
Mechelse stijl, met veel allegorieën, bijvoorbeeld
in scènes uit het boerenleven. Over Bruegel doen
allerlei verhalen de ronde. Zo zou hij volgens de kronikeur
Van Mander vaak incognito het platteland hebben bezocht
om het boerenleven gade te slaan; vandaar ook zijn bijnaam
'Boerenbruegel'. Andere bronnen menen dat hij wel eens
ketterse (lees: protestantse) sympathieën zou gehad
hebben, wat hij op verdoken wijze in zijn schilderijen
zou verwerkt hebben. Noch het eerste, noch het tweede
is bewezen. Feit is dat het oeuvre van Bruegel, weliswaar
verder bouwend op tradities à la Jeroen Bosch,
uniek is. Bruegel is ongetwijfeld de meest volledige
landschapsschilder van zijn tijd; niemand anders schilderde
de natuur, in de loop van de seizoenen, zo natuurlijk,
krachtig, precies en veelzijdig. Hij maakte geen "foto",
geen realistische nabootsing, maar "componeerde"
een landschap en vreemde elementen (rotsen, water...)
tot een universeel of kosmisch tafereel. Maar details
waren wel fotografisch juist : de huidige oogartsen
herkennen nog de verschillende oogziekten waaraan zijn
"blinden" leden. Alle bouwtoestellen aan de
2 "Babel- torens" zijn perfect nauwkeurig.
Bruegel heeft amper 10 jaar intensief geschilderd en
men vermoedt dat hij maar een 50-tal werken heeft geschilderd,
alle van uitzonderlijke kwaliteit. De machthebbers van
toen hebben dat blijkbaar goed begrepen. Vooral na zijn
dood steeg zijn faam pijlsnel : de machtigste kringen
wedijverden met elkaar om werken te bemachtigen; zo
zijn die over de wereld verspreid geraakt; in eigen
land zijn er slechts enkele gebleven. Nu wordt algemeen
aangenomen dat Bruegel erg getroffen was door het armoedige
en harde bestaan van de plattelandsbevolking; een bijnaam
"volkse Bruegel" zou juister zijn dan "Boerenbruegel".
Opvallend is dat zelfs op zijn "boerenbruiloft"
en "boerendansen" niemand lacht... Hij was
zeker katholiek maar ook humanist en ongenadig becritiseerde
hij de geloofsvervolging in vele werken o.a. door galgen
in het landschap op te stellen en vaak eksters (rodelaars,
verraders) toe te voegen.
Bron:
Wikipedia - De vrije encyclopedie
|
|